Voordat we vanuit de heuvels met Tung terugrijden naar Hanoi, heeft hij nog een verrassing voor ons. Om 5 uur in de ochtend vertrekken we naar Ha Long Bay en daar aangekomen treffen we een ware toeristen industrie aan. Dranghekken, kaartenknippers, en honderden houten rondvaartboten. Zij brengen de enorme massa’s toeristen naar een sprookjesachtige omgeving: Ha Long Bay, waar gigantische rotsmassieven kriskras uit het water omhoog steken. Met elkaar vormen ze een doolhof die het kind in ons doet opspringen van genot.
Tung heeft een hele boot voor ons afgehuurd voor een paar uur en meanderend door de formaties kijken we onze ogen uit. Ondanks het toeristische gehalte is het voor ons een sprookje.
Onderweg meren we af bij één van de rotsformaties. En daar blijkt men er nog een flinke schep bovenop te doen. We treden een holle ruimte binnen, waarin zich een gigantische druipsteengrot voor onze ogen ontvouwt. Alle vormen in de spelonken zijn met kleurtjes aangelicht.
Dit is echt te veel van het goede. Het is één groot decor voor een geweldige kitsch opera. Halong Bay is als toeristische trekpleister onder de vlag van de Unesco gebracht om het te bewaren als wereldwonder. De koe wordt dusdanig leeg gemolken dat we vrezen voor de levensduur van het monster. Overal in Vietnam wijzen de borden haar kant op. Als je in Vietnam geweest bent, moet je Halong Bay hebben aangedaan.
En aandoenlijk of niet, het blijft een indrukwekkende plek op aarde.








